Stambomen: De kunst om stambomen van bijenkoninginnen te maken en te lezen PDF Afdrukken E-mailadres
Inhoudsopgave
Stambomen: De kunst om stambomen van bijenkoninginnen te maken en te lezen
Pagina 2
Pagina 3
Alle pagina's

Onderstaand artikel is een vertaling van hoofdstuk uit het boek “Werkboek Koninginnenteelt” van de hand van Ulf Gröhn. Hij is in Zweden de motor achter de teelt van de Buckfastbij. De eerste import van Buckfast Abbey bracht hijzelf mee naar Zweden in 1975. Het kwam naar Zweden in de vorm van een eistuk. In 1976 volgde de opstelling van de hieruit gekweekte en geselecteerde koninginnen op het bevruchtingsstation Aspö. Na 1975 heeft Ulf Gröhn bijna jaarlijks een reis naar Buckfast Abbey gemaakt en heeft van de Abdij zeer veel Buckfast materiaal meegekregen om te gebruiken in Zweden.

Ulf Gröhn getroost zich grote moeite om via doelgerichte selectie en geplande bevruchtingen in Zweden het beste Buckfast materiaal bij elkaar te brengen. In Zweden wordt hij wel “De Broeder Adam van Zweden” genoemd.

In dit stukje wordt uitgelegd hoe, op dit moment, in Buckfastkringen, een stamboom wordt samengesteld. Hoe koninginnen benoemd kunnen worden en hoe zo’n stamboom gelezen moet worden.

  1. Afgezien van zuiver uiterlijke kenmerken openbaren de erfelijke eigenschappen van een koningin zich pas in het volk dat zij opbouwt. Wanneer we met bijen telen doen we een keuze uit de volken. De erfelijke eigenschappen van de koningin, als ze als teeltkoningin wordt gebruikt, kunnen we tot op zekere hoogte aflezen uit het volk waarvan zij de enige moeder is. Om haar mogelijkheden te beoordelen, haar erfelijke eigenschappen enigszins onveranderd door te geven aan de volgende generatie, moeten we kennis hebben van de direkt aan haar voorafgaande generaties, maar ook van zoveel mogelijk zusters van de koningin en dan het liefst zusters van dezelfde paring
  2. De erfelijke eigenschappen van de koningin, als ze als darren leverancier wordt gebruikt, d.w.z. als darren leverancier op een bevruchtingsstation of bij inseminatie, kan slechts gedeeltelijk worden afgelezen uit haar eigen volk. De bevruchting van de koningin heeft in het geheel geen invloed op de darren die deze bevruchte koningin voortbrengt. In plaats daarvan moet naar de voorgaande generatie gekeken worden om een enigszins zekere beoordeling te kunnen geven.

    Binnen de Buckfastteelt worden eenvoudige stambomen gebruikt als hulpmiddel bij het teeltplan. Deze stambomen hebben hetzelfde patroon als het fokken van andere diersoorten, maar met dit verschil dat we de vrouwelijke lijn boven zetten en de mannelijke lijn beneden. Zoveel respect zijn we de koningin verschuldigd. Bij de bijen zijn het de vrouwen die de dienst uitmaken.

Bovenaan zetten we dus de erfelijke eigenschappen van de koningin, d.w.z. het genetische plaatje dat zich zowel in de lichaamscellen van de huidige koningin bevindt als in haar onbevruchte eitjes + hetgeen zich in haar zaadblaasje bevindt.

Let op! Ze laat een heel ander erfelijkheidsbeeld achter in haar werkster- en koninginnenlarven dan in haar darrenlarven.

Een Buckfast koningin met stamboom

Actuele koningin:

  • Erfelijke eigenschappen van moederskant (gepaarde moer = moeder en vader van de huidige moer)
  • Hetgeen zich bevindt in haar zaadblaasje. Erfelijke eigenschappen van de vader = paring

Daaronder voeren we haar paring in, d.w.z. hetgeen zich in haar zaadblaasje bevindt = het sperma van een aantal darren welke, in geval van een paring op een Buckfaststation, van een aantal zuster koninginnen komen. De enige verzamelnaam die we voor hen kunnen gebruiken is de identiteit van de koningin die de moeder is van deze hele groep zusters (= de grootmoeder van de darren). In het volk van de huidige koningin zijn deze erfelijke eigenschappen verenigd met de erfelijke eigenschappen van moederskant. Zoals alle bijentelers weten dragen haar darren echter slechts de erfelijke eigenschappen van moederskant.