Teeltgroep Fiveldal PDF Afdrukken E-mailadres
fiveldal_transp
A.H. de Witt
9626 AB Schildwolde
0598-422293
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
G.C. van Eizenga
Marnelaan 41
9727 DS Groningen
050 - 52789
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Deze teeltgroep werkt veel met teeltmateriaal dat gecombineerd werd met koninginnen van een stam van de oorspronkelijke Noordse Zwarte (of Bruine!) bij van het eiland Læsø. Dit Deense eiland ligt in het Kattegat tussen Denemarken en Zweden. Hier bevindt zich een van de laatste restanten van een zuivere Apis melifera danica populatie.

In Denemarken en Zweden heeft men waardevolle eigenschappen van de Apis melifera danica toegevoegd aan de Buckfast-bij. Deze eigenschappen om gezond de winter (zgn. wintervastheid) door te komen zijn:

- Markante broedstop
- Laag voerverbruik
- Langlevende bijen

De volken die verkregen worden uit een combinatie van de Læsø-bij x Buckfast-bij bouwen goed en gebruiken geen propolis. Ze zijn zwermtraag en steeds zachtaardig. De broedcurve kent een late maar goede voorjaarsontwikkeling en vertoont in de nazomer opnieuw een nieuwe aanzet. Ze worden als sterke volken ingewinterd en halen in het voorjaar met hun langlevende winterbijen de koolzaaddracht. Deze ervaring sluit goed aan bij hun ervaringen met de oude Anatoliërlijnen. Vanwege de bovengenoemde eigenschappen werden deze lijnen zeer gewaardeerd door Broeder ADAM. Deze bij is ook uitstekend geschikt voor de late heidedracht.

Ook werd aandacht besteed aan de Ligurische bij. Deze bij stamt uit de streek tussen Genua en La Spezia in Italië. Het ligurische teeltmateriaal werd samen geimporteerd met de teeltgroepen "Ameland" en "De Hondsrug" uit Kangaroo-Island (Australië). Naar dit eiland ten Zuid-Oosten van Adelaid werden rond 1880 een aantal volken van de oude donkere Ligurische bij gebracht. Dit bijenras vormt niet alleen de oerstam voor de Ligustica, maar ook voor de Buckfast-bij, die immers ontstaan is uit Liguriërkoninginnen, die standbevrucht werden met de zwarte Engelse bij. Deze engelse bij bleek niet bestand tegen de Isle of Wight-ziekte (waarschijnlijk tracheemijt) en stierf uit. De "kruisingskoninginnen" Liguriër x zwarte Engelse bij van Broeder ADAM, die destijds (1918) de beheerder was van de imkerij op de Buckfast Abdij, bleek goed tegen de tracheemijt bestand te zijn. Op deze constatering voortbouwend ontwikkelde hij zijn Buckfastbij. Uit een onderzoek in 1990 in Amerika naar resistentie tegen de tracheemijt wees uit dat de Buckfaststam van de amerikaanse licentiehouder Roy Weaver, ondanks de besmetting, nog steeds goed (= zonder behandeling!) uit de voeten kon. Zoals bekend, vormt de tracheemijt een groot probleem voor de noord-amerikaanse bijenhouderij.