| Home | Links | Literatuur | Aanmelden | Contact |
| Deense waarnemingen aan de Russische bij - virussen en Varroa |
|
|
|
|
Intro. Het lijkt
me alleszins de moeite waard om een en ander nog eens aandachtig door te lezen. Door verschillende imkers worden de eerste verliezen alweer genoteerd. Dit Deense artikel biedt waardevolle aanknopingspunten bij het doordenken van de huidige problematiek. Ik had niet gedacht dat dit artikel, dat reeds eerder geplaatst werd (winter 2002) nog niets aan actualiteit ingeboet had. Geert Van Eizenga- Buckfast-Ameland.
Deense waarnemingen aan de Russische bij
Door V. Kunetzov, Flemming
Rasmussen en Jan Olsson. Bijen en Natuur Departement. Denemarken. American Bee Journal, Vol. 142, maart 2002, pag. 203-204 Vertaald
door Sjef van Esch In het najaar van 2000 hebben we 40 Russisch/ Italiaanse F1, F2
koninginnen ingewinterd. Ze werden ingewinterd in kasten bestaande uit 4 compartimenten met ieder 3 raten. Die winter en voorjaar was het extreem zacht weer, de bijen konden nog vliegen van november tot februari, terwijl ze gewoonlijk in die periode in de kast blijven. De 40 volkjes deden het goed tot eind februari, toen kregen we echter flinke vorst en het begon te sneeuwen. De koudeperiode duurde verschillende maanden en het voorjaar kwam erg laat. In die periode ging 85% van de volken dood. Mijn conclusie is dat:
Dat was
een tegenvaller, maar geen catastrofe. We konden van onze productievolken nieuwe koninginnen als vervanging telen. Zoals we al in een eerder verslag aangaven zwermden al onze Russische Primorsky volken, we hadden toen echter al overal van nageteeld zodat er vrijwel geen genetisch materiaal verloren ging. De koninginnen die zwermden waren de resterende originele koninginnen, die vanuit het Primorsky-gebied waren geïmporteerd. De
volken zijn dit jaar ook minder zachtaardig dan in het vorige. Het is niet duidelijk of dit eventueel een relatie heeft met het erg slechte weer in het voorjaar van 2000. Geen van deze volken zwermde echter in 2001 en daarnaast waren ze ook weer redelijk zachtaardig en meestal waren ze te bewerken zonder sluier. Er verscheen echter steeds meer
kalkbroed nadat de eerste koninginnen thuis kwamen en ingevoerd waren. In eerste instantie werden de ergste gevallen verwijderd (ongeveer de helft). Daarna werden de koninginnen waarmee verder geteeld, via kunstmatige inseminatie bevrucht door darren uit volken waarin geen kalkbroed voorkwam. In het jaar 2001 kon ik -met zekere bevrediging- vast stellen dat kalkbroed afwezig was en als het al voor kwam dan was dat in het darrenbroed). De nateelten die het overleefden, hadden er verder geen last meer van. Deze werden gepaard met darren van gele volken die resistent zijn tegen kalk- en vuilbroed. Mijn conclusie is dat problemen met ziekten, zwermen en steeklust makkelijk te vermijden zijn bij de Russische bijen. Waar staan we op dit ogenblik? We hebben een bij
Het onderzoek van de wisselwerking tussen bijen, mijten en virussen.
Zoals
al eerder vermeld heb ik mij sinds 1994 bezig gehouden met het de invloed die de aanwezigheid van virussen in bijenvolken heeft op de imkerij. Ik ben daarbij tot de conclusie gekomen dat de laatste 5 á 10 jaar virussen belangrijker zijn geworden voor het verlies aan bijen dan Nosema als meest verliesopleverende bijenziekte in Denemarken. Het lijkt erop dat we sinds de besmetting met Varroa (1986) minder last hebben van Nosema (misschien hangt dat samen met het gebruik van mierenzuur in het najaar). Virussen zijn lastig waar te nemen en moeilijk vast te stellen als men
niet weet waar precies op te letten. Daarnaast zijn er veel verschillende soorten bijenvirussen die misschien ook weer op verschillende manieren werken en niet allemaal even gevaarlijk voor de volken. Het virus dat ik bestudeerd heb heeft de volgende zichtbare kenmerken: Het is een traag virus, dat betekent dat het aantal virussen in het volk stijgt met het aantal Varroa’s, maar het aantal zal niet snel verminderen als de mijten verwijderd worden. Bij mijn Italiaanse bijen duurt het ongeveer 8 - 12 weken voordat het aantal virussen voldoende is afgenomen en het volk weer normaal kan groeien; vaak echter zal het volk in de winter of in het voorjaar sterven. Bij controle van volken die in de winter gestorven zijn, blijkt meestal dat er vrijwel geen dode bijen meer aanwezig zijn: de bijen zijn voor een groot deel verdwenen. Dit soort bijen is niet in staat om zichzelf te ontdoen van het virus als de virusdruk boven een bepaald niveau uitkomt (het niveau verschilt van volk tot volk). Als het virus algemeen aanwezig is in een volk en actief (het virus kan er ook aanwezig
zijn, maar inactief), dan gaat het broed afsterven. Alle stadia van het broed kunnen sterven, maar het meest zichtbaar is de sterfte bij larven van 3 - 7 dagen oud. De larve neemt een gedraaide houding aan en lost gedeeltelijk op. Het lijkt enigszins op Europees vuilbroed, maar er zijn geen verkleuringen of specifieke geuren van het broed waar te nemen. Het aantal besmette larven neemt snel toe als de specifieke druk bereikt is en na korte tijd (enkele weken) is het volk ingestort.. Het virus kan actief of inactief zijn in zowel de volwassen bijen als in de larven. De symptomen bij
de volwassen bijen zijn een verkorte levensduur, het vermogen om larvenvoedsel te maken neemt af, ze kunnen de larven niet goed meer verzorgen, ze worden ziek en vliegen naar buiten om te sterven zoals zieke en oude bijen doen. De kenmerken van een
volk dat op het punt van instorten staat tengevolge van het virus zijn de volgende:
Dat gebeurt er als het proces doorgaat tot het einde, zonder dat de mijten verwijderd worden. Een De Russische bijen hebben de hiervoor beschreven
eigenschap. Een voorbeeld: als mini-experiment had ik dit voorjaar vier volken die in
het voorgaande jaar niet behandeld waren tegen mijten. Twee volken waren van Russische komaf en twee van Italiaanse. Ze werden alle vier aangevallen door de mieren van een nabij gelegen mierenhoop (die de andere volken niet aanvielen). Daarom nam ik die volken mee naar de tuin bij mijn huis. De volken waren op dat moment gereduceerd tot ongeveer 4 raampjes met broed en bijen. Ik verwijderde toen de mijten (dat was in Mei). Na tien dagen waren er geen zieke larven meer bij de Russische volken, bij de Italiaanse duurde het 33 dagen. Na een maand waren de Russische volken zich weer volop aan het ontwikkelen.
Bij de Italiaanse volken duurde het ongeveer drie maanden voordat ze zich –erg langzaam- weer ontwikkelden maar ze hadden het niet gehaald voor september en konden toen niet ingewinterd worden. De Russische bijen konden echter nog ingezet worden voor de heidedracht in augustus en verzamelden ieder ongeveer 8 kilo honing. Daarna zijn deze volken goed ingewinterd. Een
nieuwe hypothese. Misschien begeef ik me hierbij op glad ijs omdat de volgende conclusies
nog niet goed onderbouwd zijn door degelijke ervaring, maar ik heb het idee dat dat spoedig zal gebeuren. Het gaat om het volgende: Als er een verschil is in gevoeligheid voor het virus bij de volwassen bijen, kan dat betekenen dat de volken een hoge virusdruk kunnen weerstaan zonder dat de volken ineenstorten en alle bijen verliezen. Deze volken zouden ook gedurende een beperkte tijd een groot aantal mijten kunnen verdragen zonder aan opspoorbare schade te lijden. Het kan misschien verklaard worden door de speciale “biologie” van de honingbij: er kunnen verschillen zijn in gevoeligheid tussen bepaalde zustergroepen in hetzelfde volk. De bijen die zijn die gevoelig zijn, leven slechts een korte tijd en verzorgen als jonge werksters weinig broed. Die zustergroepen die min of meer resistent zijn, hebben genoeg kracht om het volk in stand te houden, maar het volk zal nooit meer optimaal worden. Op deze manier zal de resistentie tegen het virus van volk tot volk verschillen en op dezelfde bijenstand zullen er volken zijn die optimaal produceren en andere zullen veel minder of niets produceren. De reden voor dit verschil is niet duidelijk behalve als het verschil in virusgevoeligheid erin betrokken wordt. Daarnaast wordt hieruit duidelijk dat de noodzaak om regelmatig de mijten te verwijderen verschilt van volk tot volk. In mijn experimenten tot nu toe blijkt het slechts om de twee jaar noodzakelijk te zijn om de mijten uit de Russische volken te verwijderen (mits de behandeling afdoende is > 99%). In het licht van deze waarnemingen en conclusies moet men beseffen dat de gekozen
strategie tegen de Varroa-mijt goed genoeg is om de bijen virusvrij te houden, of alleen goed genoeg om het volk in leven te houden, maar niet haar optimale conditie. Een Buckfast-teler die vlakbij woont en met wie ik soms gegevens vergelijk, ziet
het op de volgende manier: “als een volk meer dan tien mijten heeft in het voorjaar, dan zal het in de loop van het seizoen aangetast worden door mijten” (hij houdt Buckfast-bijen). Dit gaat echter niet op voor de Russische bijen. Hun vermogen om de virussen op laag niveau te houden is geweldig, vergeleken bij de andere bijen! Toen ik op bezoek was bij Steve Taber in 1984 en 1990 (hij verhuisde toen naar
Frankrijk), leerde hij me veel zaken. Misschien dat hij het niet weet, maar hij werd mijn voornaamste mentor in de bijenteelt en wekte mijn interesse in het telen van ziekteresistente bijen. Eén van de dingen die hij mij leerde, en ik vond dat op dat moment zeer verbijsterend, was dat als je geen ziekten hebt, je ook niet kunt telen op ziekteresistentie. Door de Varroa toe te staan zich tot letale druk te ontwikkelen, kwam ik tot mijn observaties met
betrekking tot de virussen. Wanneer je veel volken hebt met verschillende stadia van ineenstorting, dan worden deze zaken duidelijk. De werkhypothese is nu dat de virussen en andere ziekten die met de Varroa meekomen, schadelijker zijn dan de mijten zelf. Door te zorgen dat de bijen resistent zijn tegen deze secundaire infecties is het mijtenprobleem grotendeels uit de wereld omdat zulke bijen onder een hoge mijtendruk staan en toch honing produceren. De hele situatie is dan makkelijker te hanteren. Deense imkers hebben dit jaar nateelt-koninginnen gekregen om te testen en om ervaring op te doen.
Tot nu toe zijn ze er blij mee, maar volgend jaar weten we meer. Discussie.
De
volgende vraag moet natuurlijk beantwoord worden: is het mogelijk om lijnen van de Russische bij te maken die immuun zijn voor de Varroa mijten? Immuun wil zeggen dat de bijen niet in staat zijn om te reproduceren of dat ze zelfs vernietigd worden door de bijen, zoals bij de Apis cerana. We weten dat uit ervaring van wijlen Helge Stroeve, die tien jaar besteed heeft aan de teelt van Varroa-resistente bijen, dat aanzienlijke vooruitgang in een lijn kan worden verkregen zonder andere gunstige eigenschappen te verliezen. Dit betekent dat resistentie tegen Varroa erfelijk kan zijn en daarom gezuiverd en zichtbaar gemaakt kan worden. Het hoofdprobleem hierbij is dat bij de selectie en vermeerdering op slechts Varroa-resistentie, de andere goede en noodzakelijke eigenschappen verontachtzaamd kunnen en verloren gaan in het proces om snel resultaten te boeken. Het komt er op neer dat het belangrijker is om bijen te krijgen waarmee de Varroa onder controle gehouden kan worden en die 25 kilogram honing produceren, dan om bijen te krijgen die geen behandeling nodig hebben en slechts 12 kilogram produceren, steken en andere problemen hebben. In tegenstelling tot anderen die een verschillende mening hebben t.o.v. dit onderwerp, geloof ik niet dat de rassenhybriden gestabiliseerd en omgezet kunnen worden tot “kunstmatig in elkaar gezette” rassen die, net als natuurlijke rassen, ook nog hun oorspronkelijke eigenschappen behouden. Het is al moeilijk genoeg om een zuiver ras stabiel te houden als men niet beschikt over honderden of duizenden volken. Om die reden zal onze selectie plaats hebben in de twee zuivere lijnen van Russische en Italiaanse bijen. De beste nakomelingen zullen gekruist en getest worden en vervolgens de moeders worden van standbevruchte F2-koninginnen. |